Zoetekoek of peperkoek is een gekruide honingkoek die zoals zoveel van onze streekproducten Romeinse roots heeft en na het vertrek van de Romeinen verder leefde bij ons.
Meesterbakker Kris Goegebeur

Elke middeleeuwse stad had bakkers van peperkoeken – of zoete-koeken. Later namen de ‘gewone’ bakkers het peperkoekbakken over. Het recept onderging een aantal veranderingen, maar de basis van roggebloem, honing, suiker, kaneel en oude peperkoek bleef. De oude peperkoek zorgt ervoor dat het deeg beter gaat rijpen. Naast kaneel worden ook vaak andere kruiden toegevoegd. Eind 19de eeuw worden een aantal peperkoekfabrieken opgericht waarvan de bekendste Vondelmolen nog steeds bestaat.

Zoetekoek
voor het deeg:
600 g roggebloem
300 g honing
100 g kandijsuiker
100 g zusto
rasp van 1 mandarijn
125 g water
50 g oude peperkoek
voor de kruiding:
20 g kruidenmengeling van 5 g gemberpoeder, 1 vanillestok (opensnijden en het zaad eruit schrapen), snuifje zout, 3 kruidnagels, 2,5 g korianderzaad, 10 g kaneel, alles met een vijzel tot een poeder mengen.
200 g honing
5 g bicarbonade
7 g bakpoeder

Het deeg:
Doe in een grote kookpot de honing, kandijsuiker, zusto, mandarijnrasp, water en oude peperkoek en breng op een middelmatig vuur tot aan het kookpunt. Neem van het vuur, meng er de roggebloem mooi glad onder en laat afgedekt minstens 4 uur maar beter een hele dag/nacht rusten.

De kruiding:
Meng de honing en het kruidenpoeder heel goed door het deeg. Doe er nu de bicarbonade bij en meng terug zeer goed. Voeg tenslotte het bakpoeder toe en meng opnieuw goed. Het is belangrijk dat de bicarbonade en bakpoeder apart worden ondergemengd voor de mooie structuur van je peperkoek.

Het bakken:
Doe het deeg in een grote vorm* of in muffinvormpjes. De grote vorm bak je ca. 1 u in een warme oven op 175°C, de muffins ca. 25 min.
*Een houten vorm kun je zelf maken door hardhouten plankjes van 1 cm dikte tot een rechthoek of vierkant samen te brengen. Leg er dan een bakpapier, de geur van het hout gaat in je koek dringen.

credits: recept en foto’s Kris Goegebeur, tekst Tine Bral