Hoe dóen ze dat, de mensen die ‘s winters hun zomervakantie plannen?! Terwijl de regen in ijskoude striemen tegen het raam klettert, schiften zij onverschrokken de eilanden van de kiezelstranden en nog voor de kerst hebben ze hun hele vakantie geregeld. Ze hebben vast ook een overzichtelijk weekrooster op de koelkastdeur, elk gezinslid in een andere kleur, en ze zullen op zondag ook al weten wat ze de rest van de week gaan eten, 1 memosticker op een keurig leeg bureau. Hóe Doen Ze Dat?!

Op ongezette tijden werk ik stapels kriskras volgekliederde lijstjes weg –en schrijf wat er overblijf netjes in een schrift. Dat raakt binnen de kortste keren bedolven onder van rand tot rand volgekliederde velletjes. Een levend bureau maakt me gelukkig, de kaart van een verre vriend, een kapotgelezen boekje waaruit ik Annie MG zachtjes hoor dichten, een beeldje dat mee terugkwam van vakantie; ideaal bureaugezelschap, goed voor een mooie gedachte, en lekker stil.

Bij het idee nu al te weten wat ik in de zomer ga doen krijg ik het Spaans benauwd. Terwijl ik toch echt van Spanje houd. Zoveel zelfs dat ik afgelopen winter zowaar een plan maakte om er dit jaar wat rond te zwerven –zonder plan. Maar, zoals dat gaat, kwam er ‘wat’ tussen (het zal u ook niet ontgaan zijn) en kon er helemaal niemand meer van huis. Hoelang het gevreesde virus ons daar nog houdt is gissen, misschien wordt reizen straks weer gewoon, of juist de luxe die het ooit was. Ik maak in elk geval geen plannen.

Maar op vakantie ga ik wel. Soms even naar Thailand, terwijl geurige curry het huis vult hoor ik olifanten trompetteren. Laatst nog naar Japan, land van umami met zijn verfijnde, diepe smaken. Vandaag reis ik naar Spanje. Daar moet ik me doorgaans langs eindeloze bergen Serranoham worstelen om wat groente te vinden, maar nu Spanje naar me toe komt, mag ik zelf weten wat ik ga eten. En dan weet ik het wel, dan neem ik iets dat alle varkensbillen doet vergeten, iets met pimènton, het rokerige Spaanse poeder dat werkelijk alles dat diepe, donkere temperament meegeeft. Olé! Gaat u mee?

Bonen in Spaanse saus

Bonen in saus klinkt in onze westerse oren misschien niet als een volwaardig maal, er zijn landen genoeg waar ze daar anders over denken. En terecht. Een mens zou makkelijk kunnen leven op louter bonen. Het hóeft niet, maar is wel prettig, zo’n eenvoudig maal. Zeker als je de luxe hebt het royaal te kruiden.

1 flinke ui, gesnipperd
4 tenen knoflook, fijngehakt
100 g gare bonen*
1 theel gerookt pimentón
1 afgestreken eetl kurkumapoeder
1 kleine theel komijnpoeder
2 laurierblaadjes
2 à 3 takjes tijm, gerist
olijfolie
eventueel: bio-citroen
voor erbij: iets stokbroderigs (ook lekker om daar dunne plakjes van te snijden en die even goudbruin te bakken in olijfolie)
*4 uur, of langer, geweekt en vervolgens gegaard. Of uit pot of diepvries. Naar smaak van grote witte tot krombekjes of bevroren tuinbonen, dat kan ook

Fruit in een ruime pan met wat olie de ui, voeg als hij glazig is de knoflook en bonen toe. Laat een minuut of 2 fruiten zonder te kleuren.
Strooi er dan pimentón, kurkumapoeder en komijnpoeder over. Schud goed door elkaar en laat in een paar minuten de aroma’s loskomen.
Schenk er dan water op tot de bonen net onder staan en voeg de laurierblaadjes toe. Breng aan de kook, draai het vuur lager en laat 15 minuten zachtjes pruttelen.
Maak af met peper & zout, tijm en eventueel een paar raspjes citroen. Of snijd de citroen in partjes, geef die er zo of gegrild bij (grillen geeft de partjes een extra, iets rokerig, smaakje).

credits: tekst en foto Mari Maris

LEKKER, MAKKELIJK EN ECHT LEVEN;
DAT IS A LA MINUTE

Als een mens moet eten, dan wel graag zo smakelijk mogelijk. En liefst iets waar je wat aan hebt. Al zijn er zo van die dagen dat je gewoon geen zin hebt om te koken, – of geen tijd, of allebei – maar toch trek in iets lekkers. Voor die dagen is dit boek, hoewel je er makkelijk alle dagen snel en goed uit kunt koken.
A la minute
Mari Maris
224 pagina’s
Prijs 31,99 euro
BESTELLEN www.carreraculinair.nl