Elke week serveert de tafel van Tine een ‘buitengewoon gewoon gerecht’. Doordeweekse kost, makkelijk en snel klaar te maken, maar met de signatuur van een chef. Chef Vilhjalmur Sigurdarson van restaurant Souvenir* (‘Villie’ voor de vrienden) ruilde zijn groene geboorteiland Ijsland met zijn vele vulkanen, voor het – zeker wat het weer betreft – rustiger Gent. Hij bracht deze voor ons onuitspreekbare, maar heerlijke taart als souvenir mee. HJÕNABANOSSÆLA betekent zoveel als ‘Happy Mariage’


HJÕNABANOSSÆLA

nodig voor ca. 8 stukken:
200 g bloem (tarwe, volkoren of spelt)
200 g havervlokken
200 g bruine suiker
4 g bakpoeder
225 g boter
1 ei
beetje zout
rabarberconfituur
1 rauwe rabarbersteel, in stukjes gesneden
opgeklopte room

Kneed bloem, havervlokken, suiker, bakpoeder, boter, ei en zout tot een deeg. Dit gaat het makkelijkst met de vlinder in een keukenrobot.

Verdeel 2/3 van het deeg in een rechthoekige vorm met onderin silpat of bakpapier. Duw met je vingers gaatjes in het deeg. Strijk er een laagje confituur over uit met een spatel, de gaatjes moeten goed gevuld zijn. Leg er de rauwe stukjes rabarber op, verkruimel er de rest van het deeg over en bak ca. 40 min. in een warme oven op 170°C. De taart mag mooi karameliseren.

Haal uit, laat wat afkoelen, verdeel in stukken en geef er de room bij.

Tips van chef Vilhjalmur Sigurdarson

– HJÕNABANOSSÆLA ofte Happy Marriage, een verwijzing naar hoe deeg en confituur, zoet en zuur, mooi in elkaar overvloeien.

– Deze taart hadden zowel mijn oma als mijn moeder steeds in de frigo zitten. Confituur en suiker zorgen voor de bewaring. Verwacht je bezoek, gewoon een half uurtje vooraf uithalen, wat opgeklopte room erbij en… heerlijk bij een afternoon tea of koffie.

– Oma maakte de taart om de 14 dagen, dat moest ook wel want tegen dan was ze steeds op. Een stuk stak steevast in mijn lunchbox voor school. Vandaag eet ik ze ook wel eens ’s morgens als ontbijt.

– Je kunt spelen met de confituur, maar echt IJslands is rabarberconfituur. Rabarber is samen met bessen het weinige fruit dat in IJsland groeit. Voor appels en peren is het té koud, zelfs in de zomer. Als in oma’s moestuin de rabarber opkwam, wisten we: het wordt zomer!

– IJslandse rabarber is héél zuur, toch is het dezelfde soort van hier, maar de grond is er totaal anders. Kun je hier een rabersteel gewoon rauw eten, in IJsland moet je die steeds royaal door de suiker halen voor je een hap neemt.

– Lust je geen rabarber, de taart kan met elke soort confituur. Zo kun je ze het hele jaar door steeds weer aanpassen.

EN…Vergeet zeker het bakpoeder niet, het zorgt voor de luchtigheid.

Wat je moet weten van rabarber

Reeds meer dan 5000 jaar wordt rabarber geteeld. Vroeg in de lente schieten de jonge stengels uit de ondergrondse wortelstronk om bovengronds grote donkere bladeren te vormen.
Er zijn meerdere soorten rabarber, de ene al iets zuurder dan de andere. De meest geteelde zijn de groene, rode en roze varianten. Waarbij de groene de meest zure is. In de winkel vind je meestal dan ook enkel roze of rode.
Het raberberseizoen start in april en loopt tot eind juni.
Enkel de stelen zijn eetbaar en worden ongeschild gebruikt. Ze zijn op hun best in de lente omdat ze dan nog weinig licht gekregen hebben en daardoor nog fijner van structuur zijn en zoeter van smaak.
Koop altijd stevige, glanzende stelen die nog buigzaam zijn en geen vlekjes vertonen. Als je een stengel breekt, moet er sap uitlopen.
De stengels kan je maximaal vier dagen bewaren in de groentebak van de frigo, ingepakt in plasticfolie.
Het zuur in rabarber komt van het aanwezige oxaalzuur dat ook in zuring en spinazie zit. Hoe ouder de stelen hoe zuurder. Oxaalzuur bindt zich met calcium en onttrekt zo kalk aan het lichaam. Dus misschien toch de goede raad van oma volgen en na 1 juli geen verse rabarber meer eten of verwerken. Heb je zelf rabarber in de tuin, oogst dan volop in juni, snij de stengels in stukken en vries ze in.

credits: recept Vilhjalmur Sigurdarson, tekst Tine Bral, foto’s Marc-Pieter Devos